De geschiedenis van het judo

Judo is in de 19e eeuw ontstaan in Japan. In 1882 richtte Jigoro Kano, de bedenker van het judo, de eerste judoschool op: de Kodokan. Kodokan betekent ‘plaats waar de waarheid verkondigd wordt’. Daar is Kano begonnen met het geven van judolessen. Zijn inspiratie voor het ontwikkelen van het judo kwam uit het jiujitsu, dat al heel lang bestond.

Kano wilde zelfperfectie bereiken door het beoefenen van judo. Hij zag het niet alleen als een lichamelijke bezigheid, maar ook als een geestelijke manier van doen. Dit past in de Oosterse manier van denken. Al vrij snel werd judo zeer geliefd in Japan. Ook in Europa ging men na verloop van tijd judo beoefenen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd judo ook populair in Nederland.

Toen Anton Geesink in 1964 bij de Olympische Spelen in Japan een gouden medaille voor judo won, kwam dit de bekendheid van de sport in Nederland ten goede. Sindsdien is het judo een geaccepteerde sport in ons land, die vooral door de jeugd beoefend wordt.

Judo heeft dan ook een belangrijke opvoedkundige waarde: het leert kinderen om voor zichzelf op te komen en om samen te werken. Daarnaast kunnen ze er veel van hun energie in kwijt.